Inspecties van installaties   Home Over Plandatis BV Software NEN 2767 Contact

 Home



Conditiemeting NEN-2767


 1. Methodiek

 2. Gebrekenlijst

 3. Geaggregeerde conditie


 Aspect/Prioriteiten

 Begrippenlijst NEN 2767




Branches


 Onderhoud gebouwen

 Onderhoud installaties




Software


 O-Prognose (Windows)






Bezoek ons op:

Beurs Bouw & ICT
21 en 22 maart 2012






Kom naar
Gebruikersdag
9 februari 2012






Deel 1: Conditiemeting/Methodiek (II)




Methodiek voor conditiebepaling
De conditie wordt bepaald aan de hand van de aan een bouwdeel voorkomende gebreken. Hiertoe wordt een drietal gebrekkenmerken onderscheiden; het belang (ernst), de intensiteit en de omvang van een gebrek. Met deze kenmerken kunnen alle gebreken worden vastgelegd. Op basis van de gehanteerde bouwdelenclassificatie en de te inspecteren bouwdelen worden gebrekenlijsten samengesteld. Vervolgens wordt op basis van drie conditiematrices de conditiescore bepaald.

Belang (ernst) van het gebrek
Het belang van het gebrek geeft aan in hoeverre het gebrek het functioneren van het bouw- of installatiedeel beïnvloedt. Bij de classificatie van gebreken is de ernst van een gebrek de belangrijkste factor. Binnen de methodiek wordt een driedeling gehanteerd; ernstige, serieuze en geringe gebreken. Het belang van het gebrek bepaalt welke matrix wordt gebruikt voor de bepaling van de bouwdeelconditie. De classificatie naar belang voorkomt dat een gering gebrek leidt tot een extreem slechte conditie. De typering van gebreken is als volgt:

  • Ernstige gebreken doen direct afbreuk aan de functionaliteit van het betreffende bouwdeel, bijvoorbeeld houtrot, lekkage.
  • Serieuze gebreken betekenen wel een degradatie van de betreffende bouwdelen maar tasten het direct functioneren niet aan, bijvoorbeeld verwering, barstvorming.
  • Geringe gebreken zijn vooral esthetisch van aard, bijvoorbeeld vervuiling, verkleuring.

  • Het belang van het gebrek is vooraf bepaald en vastgelegd in standaard gebrekenlijsten per bouwdeel/element op basis van NEN 2767-2 . Het aanpassen van het belang van een gebrek door de inspecteurs is niet toegestaan.

    Intensiteit
    Voor het stadium waarin het gebrek verkeert wordt de term “intensiteit” gebruikt. Hiermee wordt aangegeven hoe ver het gebrek zich ontwikkeld heeft. In onderstaande tabel staat de gehanteerde onderverdeling van de intensiteit in drie klassen.

    KlasseBenamingBeschrijving
    Intensiteit 1: Begin stadium Het gebrek is nauwelijks waarneembaar.
    Intensiteit 2: Gevorderd stadium Het gebrek is duidelijk waarneembaar.
    Intensiteit 3: Eind stadium Het gebrek is overduidelijk waarneembaar. Het gebrek kan niet of nauwelijks toenemen of erger worden.


    Omvang
    Met omvang wordt het oppervlak bedoeld waarop het betreffende gebrek zich manifesteert. De omvang van een gebrek is de verhouding tussen het oppervlak waarop het gebrek voorkomt ten opzichte van het totale te beschouwen oppervlak. Voor het bepalen van de omvangscore is het noodzakelijk de totale inventarisatiehoeveelheid te kennen. Er worden vijf omvangklassen gehanteerd.

    OmvangklassePercentageBeschrijving
    Omvang 1: < 2% Het gebrek komt incidenteel voor.
    Omvang 2: 2-10% Het gebrek komt plaatselijk voor.
    Omvang 3: 10-30% Het gebrek komt regelmatig voor.
    Omvang 4: 30-70% Het gebrek komt aanzienlijk voor.
    Omvang 5: >70% Het gebrek komt algeheel voor.




    Bepaling conditiescore
    Na het bepalen van de intensiteit en omvang van het gebrek kan in onderstaande matrices de conditie-score worden afgelezen. Er is één matrix voor de ernstige gebreken, één voor de serieuze en één voor de geringe gebreken.



    Conditiebepaling bij meer dan één gebrek op hetzelfde oppervlak
    We onderscheiden twee situaties waarbij een bouwdeel of oppervlak meerdere gebreken vertoont. Het belang, de intensiteit en de omvang van deze gebreken kunnen verschillen:

    1. Een oppervlak vertoont meerdere gebreken van hetzelfde belang en van dezelfde intensiteit
    2. Een oppervlak vertoont meerdere gebreken van een verschillend belang en/of intensiteit.


    Ad 1. De conditie wordt bepaald door de omvang van de verschillende gebreken bij elkaar op te tellen. De som van de totale omvang mag geen overlap bevatten en is nooit meer dan 100%.

    Ad 2. In dit geval is het gebrek dat de hoogste (lees slechtste) conditiescore oplevert maatgevend. Het is niet de bedoeling om ernstige en minder ernstige (serieus of gering) te “stapelen”.


    Conditiebepaling bij meer dan één gebrek op verschillende oppervlakken of onderdelen
    Per bouw- of installatiedeel kan meer dan één gebrek voorkomen. Deze gebreken bepalen in principe gezamenlijk de conditie van het desbetreffende bouw- of installatiedeel. Daartoe worden de gebreken onderverdeeld in categorieën volgens onderstaande tabel aan de hand van het belang en de intensiteit van het ge-brek. Hierbij geldt dat bij meer gebreken op hetzelfde oppervlak het gebrek van de hoogste categorie be-palend is. Zie ook NEN 2767-1 bijlage B.

    Categorie Gebrek
    I Gering gebrek, intensiteit laag (beginstadium)
    II Gering gebrek, intensiteit midden (gevorderd stadium)Serieus gebrek, intensiteit laag (beginstadium)
    III Gering gebrek, intensiteit hoog (eindstadium)Serieus gebrek, intensiteit midden (gevorderd stadium)Ernstig gebrek, intensiteit laag (beginstadium)
    IV Serieus gebrek, intensiteit hoog (eindstadium)Ernstig gebrek, intensiteit midden (gevorderd stadium)
    V Ernstig gebrek, intensiteit hoog (eindstadium)


    De omvang van de gebreken van gelijke categorie wordt opgeteld en vervolgens wordt in de volgende tabel de bijbehorende waarde gevonden.

    Omvang
    Categorie
    IncidenteelPlaatselijkRegelmatigAanzienlijkAlgemeen
    I 0,1 0,2 0,6 1,2 2
    II 0,2 0,6 1,2 2 10
    III 0,6 1,2 2 10 30
    IV1,2 2 10 30 70
    V 2 10 30 70 100


    Alle gevonden waarden worden opgeteld en volgens de volgende tabel herleid naar de conditiescore van het bouw- of installatiedeel.

    OptellingConditiescore
    optelling = 1,2 1
    1,2 < optelling = 2 2
    2 < optelling =10 3
    10 < optelling = 30 4
    30 < optelling = 70 5
    Optelling = 70 6


    Bepaling conditiescore bij meer dan één gebrek

    Voorbeeld
    Een bouw- of installatiedeel kent het volgende gebrekenbeeld:
  • Een ernstig gebrek in eindstadium op 20 % van het oppervlak = 20 % categorie V
  • Een serieus gebrek in gevorderd stadium op 8 % van het oppervlak = 8 % categorie III
  • Een gering gebrek in eindstadium op 5 % van het oppervlak = 5 % categorie III
  • Een gering gebrek in beginstadium op 25 % van het oppervlak = 25 % categorie I

  • Herleiding leidt tot 25 % categorie I, 13 % categorie III en 20 % categorie V . Uit de categorietabel volgt een optelling van 0,6 + 2 + 30 = 32,6; hieruit volgt een conditiescore 5.

    Conditiebepaling op basis van levensduur
    De onderstaande figuur geeft het degradatieverloop aan als conditie als functie van de (relatieve) leeftijd van een bouw- of installatiedeel.

    Indien een bouw- of installatiedeel niet op basis van waar te nemen gebreken is te beoordelen en het betreft een aan (niet te beoordelen) slijtage onderhevig bouw- of installatiedeel dan kan de conditiescore worden bepaald op basis van leeftijd/ouderdom, gemeten met behulp van de verouderingskromme in een percentage ten opzichte van de gemiddelde technische levensduur van het bouw- of installatiedeel. Uitgangspunt is ook voor deze bouw- en installatiedelen dat de veroudering (op den duur) objectief meet-baar moet zijn. Bij de gebrekenlijsten van de betreffende bouw- en installatiedelen is aangegeven in hoeverre leeftijd als vangnet voor de conditiemeting kan dienen.
    Direct aanvragen
    Klik hier om meer informatie te ontvangen over onze producten?
    Contact Disclaimer Copyright (c) 1997 - 2010 Plandatis BV